Waarom pijn zo lang onopgemerkt blijft
Honden jammeren zelden van pijn. Ze worden stiller, doen minder, en passen zich aan tot het niet meer gaat. Dat is de reden dat eigenaren na een behandeling vaak zeggen dat hun hond 'weer een puppy lijkt' — de pijn was er al maanden, alleen niet zichtbaar als pijn.
Wat u wel ziet, zijn kleine veranderingen in gewoontes. En omdat u uw hond elke dag ziet, bent u degene die die veranderingen kan opmerken; de dierenarts ziet hem tien minuten in een vreemde omgeving. Over pijn en gedrag bij honden vindt u meer bij het LICG.
Waar u op let
Rusten en slapen: meer slapen dan anders, of juist niet tot rust komen, veel wisselen van houding, niet meer op de bank willen, of gaan liggen op een koele harde vloer terwijl de mand vrij is.
Bewegen: aarzelen voor de trap of de auto, langzamer opstaan, na het opstaan de eerste stappen stijf zetten, of niet meer schudden na het wakker worden.
Houding: een kromme rug, de kop laag dragen, of de 'gebedshouding' met de voorpoten gestrekt en het achterlijf omhoog — dat laatste past bij buikpijn.
Contact: minder begroeten, wegdraaien bij aanraken op een bepaalde plek, grommen bij een handeling die altijd normaal was. Een hond die opeens snauwt bij het optillen doet dat vrijwel nooit uit onwil.
Ademen: hijgen zonder inspanning of warmte, sneller ademen in rust. Tel eens hoe vaak de borstkas per minuut omhoog gaat terwijl de hond ligt te slapen; twintig tot dertig keer is normaal.
Likken, schuren en staren
Aanhoudend likken aan één plek is bijna altijd een signaal: een pijnlijk gewricht, een wondje, jeuk of iets tussen de tenen. Een kale, natte plek op een poot ontstaat binnen dagen.
Schuren met de billen over de vloer wijst meestal op de anaalklieren of op jeuk, niet op wormen zoals vaak wordt gedacht.
Staren naar de flank, opeens omkijken naar de buik of erin happen, past bij buikpijn. En een hond die met de kop tegen de muur staat of doelloos rondjes loopt, hoort dezelfde dag gezien te worden.
Vergelijk met vorig jaar
Een praktische gewoonte die verrassend veel oplevert: film uw hond eens per half jaar tijdens een gewone wandeling, dertig seconden van opzij. Bij de volgende opname ziet u verschillen die u dagelijks ontgaan — een kortere pas, een lagere kop, minder snuffelen onderweg.
Dat is vooral waardevol bij oudere honden. Veroudering en pijn zien er van dag tot dag hetzelfde uit, maar over zes maanden is het verschil duidelijk. En juist bij artrose geldt dat vroeg beginnen met behandelen meer oplevert dan wachten tot de hond echt moeite heeft.
Hoe u het overbrengt
Film het. Een hond die thuis kreupel loopt, doet dat in de spreekkamer vaak niet, en een aanval is voorbij tegen de tijd dat u er bent. Een filmpje van twintig seconden zegt meer dan een beschrijving.
Schrijf op sinds wanneer u het ziet, of het per dag of per uur wisselt, en wat het beter of slechter maakt: rust, beweging, kou, na het eten. Dat patroon is voor de dierenarts vaak belangrijker dan het verschijnsel zelf.


